Welkom‎ > ‎

Wie zijn wij?

De Hervormde Wijkgemeente Mattheüs in Delft is een gemeente van de Here Jezus Christus. Als gemeente willen we God eren, loven en zijn Naam bekendmaken. Daarom komt de gemeente elke zondag twee keer samen in diensten, in kerken op verschillende plaatsen in de stad. Daar leren we wie God is en wie Hij voor ons wil zijn. We eren en prijzen Hem in ons zingen en in onze gebeden.

In ons gemeenteleven staat de Bijbel als het woord van God centraal. In het dagelijks leven streven we ernaar iets van Gods liefde te weerspiegelen, lief en leed met elkaar te delen door oog en hart voor elkaar te hebben.

Oog en hart hebben we ook voor de samenleving waarin we functioneren. Missionair en diaconaal zijn er activiteiten en initiatieven om met Woord en daad zichtbaar èn dienstbaar te zijn voor onze medemens, dichtbij en ver weg.

De wijkgemeente Mattheüs maakt deel uit van de Hervormde Gemeente te Delft en weet zich in het bijzonder verbonden met de gereformeerde belijdenis van de kerk. 

Naast de samenkomsten op zondag heeft de wijkgemeente een rijke schakering aan kinderclubs, (jeugd)verenigingen, koren en Bijbelkringen. Wijkpredikant en catecheseteams verzorgen wekelijks de catechese.

De kerkenraad heeft in het beleidsplan de identiteit van de wijkgemeente als volgt beschreven:

We zijn: 
a. een gemeente van de Here Jezus Christus; 
b. een gemeente die staat in de katholieke en reformatorische traditie, waarbinnen zij zich in het bijzonder verbonden weet met de gereformeerde belijdenis van de kerk. 

a. De wijkgemeente Mattheüs is een gestalte van de ene, wereldwijde kerk van God, een gemeente 
van de Here Jezus Christus. Door het geloof in Jezus Christus weet zij zich verbonden met christenen 
ver weg en dichtbij, in de brede Protestantse Kerk in Nederland en daarbuiten. We geloven ‘de 
gemeenschap der heiligen’. 

b. Ondertussen is deze ene kerk van God een veelkleurig geheel. Dat is ook zichtbaar in onze stad 
Delft. Te midden van een veelheid aan kerken en groepen neemt de wijkgemeente Mattheüs een 
eigen plek in. In het veelkleurig palet dat ‘kerk’ heet, heeft zij haar eigen kleur. Staande in de 
katholieke en reformatorische traditie, weet ze zich in het bijzonder verbonden met de gereformeerde 
belijdenis van de kerk. Derhalve voelt zij zich betrokken bij de hervormd-gereformeerde stroming 
binnen de Protestantse Kerk in Nederland. 

De gereformeerde belijdenis van de kerk heeft voor ons gezag, omdat zij onder woorden brengt wat ze uit de Schriften zelf heeft opgevangen. Dit gezag is niet toegekend door onze kerkenraad, maar door een eeuwenlange traditie binnen de kerk die de belijdenis als leeswijzer heeft beproefd. We erkennen dat deze traditie door de eeuwen heen met tijdgebonden aspecten te maken heeft, maar dat is nog geen reden om aan het belang Anno Domini 2009 te twijfelen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de belijdenis ook bepaalde dingen niet heeft opgevangen. Wat er gezegd wordt over de zending en over Israël is duidelijk te weinig. We weten ons immers onlosmakelijk verbonden met dit volk en delen in de aan Israël geschonken verwachting van de komst van het Koninkrijk van God. We erkennen tevens dat voor ons verstaan van de Schriften kennis van en het gesprek met Israël noodzakelijk zijn. Dat alles komt echter niet in mindering op de waarheid van wat wel opgevangen en in de belijdenis verwoord is. 

Het gezag van de belijdenisgeschriften is van een andere orde dan dat van de Bijbel: de Bijbel is 
onopgeefbaar, de belijdenis willen we niet missen. Onze verbondenheid houdt in, dat de wijkgemeente Mattheüs binnen het geheel van de Protestantse Kerk in Nederland naar voluit gereformeerde overtuiging wil leven en geloven. De kerkenraad acht het van grote betekenis, dat de inhoud ervan elke generatie opnieuw wordt ontdekt, vertolkt en doorgegeven. 

Wat het betekent dat wij gereformeerd willen zijn, laat zich het beste uitdrukken in de vier sola’s van 
de Reformatie: sola scriptura, sola fide, sola gratia en solo Christo. Hiermee belijden wij, dat alleen de Bijbel bron en norm is van ons geloof en leven; dat we niet anders dan alleen door het geloof behouden worden; 
dat we alleen uit genade gered worden; dat er alleen verlossing is door en in gemeenschap met Jezus Christus. 

Niet alleen in de prediking, maar ook in andere vormen van gemeentewerk zal dit belijden zichtbaar en 
herkenbaar moeten zijn. De wijkgemeente zal steeds opnieuw haar positie moeten bepalen in velerlei ontwikkelingen en vragen waarmee zij te maken krijgt. Hierbij is te denken aan de invloed vanuit evangelische kringen en de daarmee verbonden vragen, aan vragen aangaande de eredienst en de missionaire roeping van de kerk, en aan de plaats van de wijkgemeente in het geheel van kerkelijk Delft. De kerkenraad hecht eraan uit te spreken, dat er een grote mate van herkenning is met christenen die eveneens het gezag van de Schrift erkennen en Jezus Christus belijden. Deze verbondenheid is er, ondanks verschillen die er kunnen zijn in belijden, beleving van het geloof, de invulling van de eredienst, de wijze waarop het gemeenteleven gestalte krijgt, visie op de missionaire roeping van de gemeente, etc. De verschillen getuigen behalve van veelkleurigheid ook van gebrokenheid. 


De vraag is echter hoe wij omgaan met de vragen, wensen, ideeën en verlangens die op ons afkomen 
en onder ons leven. De kerkenraad meent dat onze wijkgemeente onmogelijk alles een plek kan 
geven wat op zich genomen aanvaardbaar is. Voorkomen moet worden dat de uitersten in geloof en 
geloofsbeleving zozeer gaan verschillen, dat het beeld van de gemeente vervaagt en gemeenteleden 
elkaar niet meer herkennen. Dan kan er vervreemding van elkaar ontstaan. Het is naar het inzicht van 
de kerkenraad van belang dat de wijkgemeente Mattheüs een duidelijk gezicht heeft. Dit betekent dat 
in de veelheid aan wensen, ideeën en verlangens steeds opnieuw gekozen zal moeten worden. 
Wanneer er een keuze wordt gemaakt, hoeft dat niet te betekenen dat andere voorstellingen, 
overtuigingen en ideeën door de kerkenraad als verwerpelijk worden beschouwd. 
Op zoek naar antwoorden op vragen die gesteld worden en bij het maken van keuzen laat de 
kerkenraad zich leiden 
  • door de Bijbel; 
  • het belijden van de kerk, in het bijzonder door het gereformeerde belijden; 
  • de sociale en kerkelijke context waarin de wijkgemeente zich bevindt. 
In gehoorzaamheid aan de Bijbel en aan het belijden van de kerk - het gereformeerde belijden in het bijzonder – wil de kerkenraad vasthouden aan het volgende, omdat hij meent dat dit voor een wijkgemeente met de hierboven genoemde identiteit onopgeefbaar is: 
het primaat van de Bijbel in de eredienst en in alle vormen van gemeentewerk; 
het verstaan van de Bijbel vereist een intense luisterhouding; wij moeten ons wachten voor een biblicistische omgang met de Schriften, die geen recht doet aan de tijd waarin de bijbelwoorden het eerst klonken noch aan onze tijd; 
de betekenis van de prediking voor het persoonlijk geloof, voor de opbouw van de gemeente en voor het verstaan van ieders taak in de samenleving; 
  • een prediking waarin met twee woorden wordt gesproken: de heilige God en de zondige mens, Gods liefde en toorn, zonde en genade, verlossing en oordeel, wet en evangelie; 
  • horen gaat vóór spreken, want het geloof is uit het gehoor; 
  • het zingen van de liederen die de Bijbel zelf aanreikt: de psalmen gaan voor; 
  • het zingen van andere liederen dan de psalmen; deze liederen moeten wat de inhoud betreft in overeenstemming zijn met de Bijbel; 
  • de gemeente is een gemeente waarmee God zijn verbond heeft opgericht; daartoe behoren allen die bij de gemeente horen: kinderen, jongeren en ouderen; de doop is teken en zegel van dit verbond; 
  • het primaat van de kinderdoop als teken en zegel van Gods verbond; 
  • zij die tot het verbond behoren worden door middel van de prediking en het toerustingswerk geroepen tot geloof, bekering en heiliging; 
  • geloofsopvoeding, catechese en jeugdwerk zijn van grote betekenis, opdat kinderen van jongsaf aan in God leren geloven en voor Hem leren leven; 
  • belang van de openbare belijdenis van het geloof; deze geeft toegang tot het heilig avondmaal; kinderen nemen niet deel aan de viering van het avondmaal, tenzij zij openbare belijdenis van het geloof hebben gedaan; 
  • vanwege Gods bewogenheid met de hele wereld, weet de wijkgemeente zich geroepen tot zending, evangelisatie en diaconaat; 
  • de Geest geeft aan de gemeente zijn gaven, waaronder de ambten; predikant, ouderling en diaken zijn van Godswege geroepen om aan de gemeente leiding te geven en ervoor zorg te dragen dat de gaven van de Geest in de gemeente functioneren; 
  • vasthouden aan die uitleg van de Bijbel, dat God mannen verkiest om het ambt te dragen; 
  • ondertussen laat de Bijbel ook zien, dat vrouwen een rol in Gods gemeente spelen, die van grote betekenis voor haar is; 
  • de onopgeefbare betekenis van het huwelijk; geen andere levensverbintenis wordt ingezegend dan het huwelijk van een man en een vrouw. 
Ten slotte, we belijden dat wij het heil van God uit genade ontvangen. Dat betekent ook dat wij de 
tegenwoordigheid van God, een levend geloof, de opbouw van de gemeente etc. niet organiseren, 
maar slechts kunnen ontvangen. Daarom is het persoonlijke én het gemeenschappelijke gebed een 
elementair onderdeel van het gemeenteleven. We belijden eveneens, dat wij leven door het geloof. 
Dat betekent ook dat we niet altijd een volmaakte gemeente zullen zien. Deze verwáchten wij.